digitale wereld

Hoe krijg je grip op je online landschap?

Kent u dat? Uw organisatie heeft vele websites, er ontbreekt samenhang en niemand heeft daadwerkelijk de regie. Marketeers ontwikkelen campagnesites voor hun doelgroepen, Corporate Communicatie ontwikkelt websites voor zakelijke partners, zonder rekening te houden met het gehele online landschap. In de loop van tijd ziet men door de bomen het bos niet meer.

Zo’n situatie laat zich het best omschrijven als een virtuele tuin waarin ‘duizend bloemen bloeien’. Er is een bont landschap ontstaan waarin veel initiatieven het daglicht zien, wat op zich een teken is van vruchtbaarheid. Tegelijkertijd blijkt dat meer regie geen overbodige luxe is, want de groei is ongestuurd, versnipperd en blijk lastig te onderhouden.

Wij vergelijken een internetlandschap wel eens met een tuin. Die moet worden onderhouden en eens in de zoveel tijd gesnoeid, want anders overwoekeren de verschillende planten elkaar. Als van alles mag worden gezaaid door verschillende tuiniers, dan ontstaat al snel wildgroei. Zo is het ook met internetomgevingen. Wanneer lange tijd veel ruimte en vrijheid is gegeven om allerlei initiatieven te starten, dan kan sprake zijn van wildgroei. Het is dan van belang om weer overzicht te krijgen, inventariseren wat er is en afspraken te maken over het onderhoud en beheer. Meer sturing is wenselijk, liefst vanuit een integrale blik met goed overzicht op het gehele internetlandschap. Voor effectief beheer van een gecompliceerd internetlandschap is daarom een regisseur nodig in onze visie. De regisseur coördineert, heeft een helikopterview en geeft ruimte aan alle spelers binnen het landschap, maar ook sturing indien nodig. Iedereen kent dan z’n rol en weet op welk moment welke bijdragen worden verwacht. Daarbij is het vooral belangrijk dat je:

• Weet wat je heb staan
• Weet wat je wilt behouden en wat je weg wilt doen
• Weet hoe je het gaat beheren (governance model)

Een beheerorganisatie wordt niet van het ene op het andere moment in de organisatie geplaatst. Nu kan gekozen worden om de gehele tuin om te ploegen. Vervolgens kun je nieuwe plantjes erin zetten, maar het risico bestaat dat de huidige plantjes dit niet overleven. Het is daarom raadzaam om een ‘snoeiplan’ te ontwikkelen en op een gestructureerde wijze de tuin gefaseerd in te richten. Onze ervaring is dat werken vanuit een groeimodel de beste resultaten geeft. De noodzakelijke afstemming wordt ondergebracht binnen de overlegstructuren van bestaande gremia. Dat voorkomt dat dit weer apart kunstje wordt terwijl de meerwaarde vooral naar voren komt bij een inbedding in de huidige organisatiestructuur. Daarmee wordt het ‘landschapsbeheer’ een vast onderdeel van de routine.

Om te komen tot een ’governance’ model gebruiken wij onze Proven aanpak die uit vijf stappen bestaat:

1. Vertalen:
het vertalen van missie, doelstellingen en strategie in randvoorwaarden en uitgangspunten;
2. Analyseren:
het in kaart brengen van de huidige situatie;
3. Inventariseren:
het verhelderen van de wensen;
4. Definiëren:
het definiëren van het “governance” model;
5. Veranderen:
het laten werken van het “governance” model in de praktijk.

Heeft u last van wildgroei en wilt u weer de regie over uw tuin, neem dan gerust contact met Marcel Kesselring of Rink Weijs.


Insight The Web: Iedereen wil meer rendement uit het digitale kanaal

Insight the web is een exclusief en besloten netwerk, waarbij we in vertrouwde kring met elkaar kennis en ervaring willen uitwisselen. Alles wat hier besproken en gedeeld wordt blijft binnen de groep. Het programma bestaat uit 3 delen: INSPIRATIE (Introductie Thema), DIEPGANG (Intervisie), NETWERKEN (De Borrel)

THEMA: Iedereen wil meer rendement uit het digitale kanaal

GASTSPREKERS: Bart Schutz en Ton Wesseling van Online Dialogue.

Amnesty International heeft hun locatie beschikbaar gesteld voor deze bijeenkomst.

Datum: Dinsdag 16 Maart 2010, 15.00-18:00 uur
Locatie: Amnesty International, Keizersgracht 177, Amsterdam

Interesse?
Neem contact op met Marcel Kesselring


Social media wordt mainstream

Verhagen-twittert

Sociale media bieden een interactief platform voor gebruikers die met uiterst toegankelijke communicatie technologie onderling informatie uit kunnen wisselen. Content kan door eenieder worden ontdekt, gelezen, gedeeld en veranderd. Kenmerkend voor sociale media is de verschuiving van monoloog naar dialoog. Social media wordt steeds meer mainstream in 2009, blijkt uit een evaluatie van Allyson Kapin van Fastcompany.

Ook politici benutten vaker social media in de communicatie met kiezers. Terzake, de variant van 2Vandaag bij onze zuiderburen, meldde onlangs dat Belgische politici massaal gebruik maken van Facebook. Meer dan de helft van 200 gescreende parlementsleden heeft een profiel tegenover 1 op de 6 Belgen. Ze tonen hun persoonlijk leven met foto’s van familie, vrienden en feestjes. Het moet kunnen, is modern en spreekt bovendien de kiezer aan. Sociale netwerksites zijn belangrijk, want ze vergroten het bereik en de kiezer wordt zo op verschillende manieren aangesproken. En vrienden worden is makkelijk, toont Terzake aan. Na één dag heeft de verslaggeefster een imposant politiek netwerk opgebouwd van twintig politici (van de dertig uitnodigingen).

Net als bedrijven gebruiken politici de populariteit van sociale netwerken om met hun doelgroep in contact te komen. Gebruikers ervaren dit enerzijds als interessant, maar zijn beduidend op hun hoede voor ‘vriendjespolitiek’. Toch kan het participeren in sociale netwerken bijdragen aan de marktwaarde van politici, zeker wanneer echte communicatie met betrokkenen goed wordt gearrangeerd.

Ook wie niet meedoet, voelt dat het moet. ‘Facebook is zo belangrijk geworden dat we de komende vijf jaar allemaal erop moeten als onderdeel van de campagnestrategie’, vertelt een Belgische politicus. Hij zit zelf nog niet op Facebook, maar zal zijn koudwatervrees moeten overwinnen. In Nederland zijn voornamelijk linkse politici zijn actief op de netwerksite Hyves, blijkt uit een onderzoek van de weblog Hyped.

Politieke organisaties hebben echter een gefragmenteerde omgeving die om meer direct en persoonlijk contact vraagt en daar gaat veel tijd in zitten. Volgens Forrester is het van belang eerst een ‘social strategy’ te formuleren willen bijdragen op sociale netwerken tot een gewenst resultaat leiden. Het bedrijven van (politieke) marketing vraagt om het maken van duidelijke strategische keuzes teneinde de juiste doelgroepen te bereiken. Daarvoor is een integrale aanpak geen overbodige luxe.


Naf Insight doet naam eer aan

Dame met telefoonWaarschuwing!! Deze blog is voor kenners. Het Nederlands Architectuur Forum organiseerde afgelopen woensdag 24 juni de Naf Insight in het NBC vergadercentrum in Nieuwegein. Centraal stond het thema ‘Web 2.0 in de Enterprise: implementatie, inrichting, veiligheid en toepassingen van Web 2.0’. Hier presenteerden grote spelers zoals IBM, Adobe, Microsoft en Sun Microsystems hun initiatieven op dit gebied.

In een notedop kregen de genodigden een kijkje in elkaars keuken op Web 2.0 gebied; mogelijk gemaakt door én voor elkaar. Wat dat betreft doet het event zijn naam eer aan. (Hopelijk komt daar de volgende editie verandering in, wanneer het evenement meer naamsbekendheid heeft). Wat het niet minder interessant maakt de verscheidene invalshoeken eens kort naast elkaar te zetten. Je zou mogen aannemen dat ‘emergent technology’ op verschillende wijzen opgepikt wordt. Ik zal daarom enkele bijzonderheden bespreken van het aanbod.

Natuurlijk doe ik mee aan het prediken voor eigen parochie, dus we starten bij de eigen presentatie door Tom Verhoeve. Daarin kwam allereerst de ontwikkeling van het jagerstijdperk tot de huidige kenniseconomie aan bod. We zijn beland in een tijdperk waarin de aarde weer plat is en zijn verbonden als nooit tevoren in de global village. Informatiestromen nemen exponentieel toe en de techniek helpt ons anyplace en anytime toegang te verschaffen tot onze persoonlijke informatiebronnen én die van het bedrijf. Dit heeft z’n weerslag op de mens, organisatie, de werkplek en het informatielandschap waarin we ons bewegen. De digitale wereld is zowel een hulpmiddel als verlengstuk van ons leven. Verhoeve toonde dit aan met praktijkcases uit de semi-overheid zoals Waterschap De Dommel, Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Rijksoverheid.

Technologie lijkt de belangrijkste facilitator van verandering binnen dit tijdsgewricht. Vanuit ICT-perspectief bezien zal dit geen vreemde veronderstelling zijn. Microsoft benadert het ‘Nieuwe Werken’ vanuit eenzelfde visie; de leest waarop de eigen producten zijn geschoeid. Interessant zijn vooral de architectuur-bril waarmee de werkelijkheid in standaard format wordt gegoten. Mensen worden persona’s, werk wordt uitgevoerd in scenario’s. Gezegd moet worden dat deze technologisch gefundeerde aanpak Microsoft een aardig palet geïntegreerde technische diensten oplevert die nog geen equivalent hebben in de Open Source wereld. De vraag is: hoe lang nog?

Kijken we naar IBM, dan is hier sprake van een focus op de impliciete kennis. Onder klinkende namen als W3 search, Thinkplace en Lotus Connections wordt getracht hier meer grip op te krijgen. En de markt smult ervan: IBM zit momenteel op haar gouden eieren en bespaart ondertussen intern een aardige duit met de eigen technologie. Sun Microsystems doet hetzelfde maar dan anders. Met oog voor de sociale aspecten van communities springt deze aanbieder eruit. ‘Are you a bridge or a hub?’, stelde Peter Reiser. Vernieuwend bleek vooral de methodiek om Community Equity in kaart te brengen. Hoeveel geld is uw community waard?

Adobe troeft de competitie de loef af met een integratie van Rich Interface Applications. Daarbij staat de gebruiker centraal en wordt sneller geholpen (meer aankopen te doen) door gebruik van visuele applicaties. Visualisaties helpen de complexiteit van data te reduceren én lokken de potentiële klanten naar binnen.

Neutraler van toonzetting was het onderzoek van Robert Slagter van Novay naar het gebruik van Twitter. Alhoewel twee maanden onderzoek binnen een bedrijf met 16 mensen nog geen wetmatigheden boven tafel krijgt wat betreft gebruik en effecten van microbloggen, waren een aantal resulaten het vermelden waard. Medewerkers weten vooral meer over elkaars hobbies! Ronduit slecht blijkt Twitter (let wel: bij intern gebruik in een kleine onderzoeksgroep binnnen kort tijdsbestek) om experts eruit te vissen of voor de informatieopslag. De verbondenheid neemt wel toe, of zoals Slagter het mooi verwoordt: ‘Twitter is het smeermiddel in de kennisfabriek’. En zo passeerde in rap tempo de ene presentatie na de andere.

Mocht je vertwijfeld gestemd zijn na het lezen van deze blog; bedenk dan dat er niets boven onafhankelijk advies gaat! Opscheppen over de eigen prestaties is natuurlijk niemand vreemd en jongens onder elkaar zeker niet. Wat wellicht te verklaren is aan het feit dat slechts één vrouw aanwezig was op het event. Dames, komt alstublieft volgend jaar in grote getallen, we kunnen jullie niet missen!


Brandportal ter versterking van merk multinational

PROVENPARTNERS heeft bij een internationale bierbrouwer de ontwikkeling en implementatie van de nieuwe BrandPortal begeleid. De nieuwe BrandPortal faciliteert de onderlinge samenwerking en afstemming van de marketing community door het gebruik van nieuwe media en social networking (Web 2.0) tools.

Klik op de diaprojector om de casestudy full-screen te lezen.


CMS 2009: Past een CMS in een Web 2.0 Wereld?

CMS CongresTijdens het CMS jaarcongres in Nijmegen werd er dit jaar veel gesproken over Web 2.0, user generated content, crowdsourcing, co-creatie, het bereiken van consumenten (search marketing).

Als er over wordt gesproken, wil dit nog niet zeggen dat Web2.0 volledig is geintegreerd binnen een CMS wereld, zo werd bijvoorbeeld deelnemers gevraagd hun mobiel uit te zetten aan het begin van de dag en was het aantal twitteraars opvallend laag, net als bij het Intranet Congres”.

Het programma voor 2009, stemde hoopvol doordat “de consumer” centraal werd gezet – “Customer-focused content: keep them tuned!”. Hoe zorg je als organisatie dat de bezoeker een klant wordt en blijft? Oftewel,verleiden, boeien en binden. Om in de gunst van een nieuwe generatie klanten te komen zou er meer moeten worden ingespeeld worden op de laatste trends en persoonlijke voorkeuren, hiervoor is een flexibel CMS een vereiste, aldus de congres website.

Een spreker vertelde dat lijstjes belangrijke content is binnen een website.

Nou hier is mijn lijstje van het CMS Congres in willekeurige volgorde:

1. Consumenten zijn in control
2. 95% internet gebruikt Google dagelijks
3. Gebruik digitale media: Meer, korter en sneller
4. Email is voor ouderen, jongeren gebruiken meer andere kanalen
5. Toetsenbord is belemmering voor internet
6. Gebruik RSS onder deelnemer i s laag
7. Vindbaarheid (zowel in google als in-site) zal steeds meer een kritische succesfactor zijn
8. Hoezo CMS? Hoe verhoudt dat zich tot user generated content?
9. Tijd van traditioneel one to many publising is voorbij
10. Verplaatsing van tekst naar andere formaten, beeld, geluid
11. Rol mobiele telefoon wordt belangrijker, telefoon is je identity anyplace, anywhere
12. Aansluiting op externe systemen via (open) API
13. Voorspelling: Verdubbeling social media binnen bedrijfsmuren
14. Organisaties hebben problemen met opzetten van communities omdat communities onstaan vanuit passie en niet vanuit de business
15. Op Twitter zitten mensen die mij kennen en meer gerichte vragen kunnen stellen

Namens Proven Partners hield Leo van Vorst een presentatie “Past een CMS in een Web 2.0 Wereld?”.

Cms Congres

View more documents from Leo van de Vorst.

Leo sprak over de paradox van sturing op CMS en ruimte voor web2.0. Het sturen van op content binnen organisatie en de ruimte door user generated content en crowdsourcing. Organisaties worstelen hiermee omdat ze te maken hebben met een robuuste informatiehuishouding. Het management stuurt op zekerheden maar de nieuwe generatie medewerkers, de Homo Zappiens, willen ruimte.

Leo gaf ook aan de crux ligt in een integraal informatielandschap, welke bestaat uit routines en activiteiten (manieren) van bijzondere talenten (mensen) en uit technische oplossingen (middelen), omtrent informatie, communicatie en socialisatie. Hierbij zegt Leo dat je groot moet denken, maar dat je met een aantal kleine bouwstenen al goede quick wins kan realiseren.

Hoe dit te doen? Neem gerust contact met ons op.


Intranet Congres 2009: nieuwe fase voor Intranet!

Intranetcongres 2009De helft van de ondervraagden vindt dat hun intranet ingrijpend moet worden vernieuwd, blijkt uit de Intranet Monitor, een online onderzoek naar intranet gehouden onder 1077 organisaties. Dat roept vragen op, zeker als blijkt dat men dit serieus meent, want meer dan de helft is een totaal nieuw intranet aan het voorbereiden. Als we James Robertson mogen geloven, één van de sprekers op het Intranet Congres 2009, is die vernieuwingsslag een terugkerend fenomeen. Eens in de twee á drie jaar, wanneer het intranet weer uit z’n voegen barst met outdated content, neemt de noodzaak hiervoor weer toe. Met de nodige humor vertelde Robertson dat we weer een nieuw design maken, de kleurtjes veranderen en wellicht een nieuw logo toevoegen. Hij noemt dit een ‘era of repeated redesign’.

Daar schuilt een waarheid in. Het is ook niet makkelijk, want de focus ligt vaak op de content en communicatie, duidde Robertson aan. Wij sluiten ons hierbij volledig aan. De huidige generatie intranetten zijn vaak minder geschikt voor het ondersteunen van samenwerking en de bedrijfsactiviteiten. En juist daar valt geld te verdienen met intranetportals, want deze bieden als webplatform een enorme potentiële kans het informatielandschap van uw medewerkers te verbeteren en kunnen daarmee een belangrijke boost aan uw bedrijfsdoelstellingen geven.

Keynote speaker Peter Hinssen schetste met de nodige flair tijdens het congres de idiote verschijnselen wanneer een hardcore IT’er moet communiceren met (lijn)managers hierover. Ze spreken beiden een andere taal. Of hoe sla je als communicatiemedewerker de brug tussen intranet, de bedrijfsprocessen en medewerkers? Ondanks de nodige complexiteit is een goed werkend informatielandschap geen overbodige luxe, maar bijna een gewoongoed, volgens Hinssen. In ieder geval voor de digitale generatie, de Homo Zappiens. Hinssen spreekt in dit verband van de ‘consumerization of IT’, oftewel de consument heeft nu betere spullen thuis dan op het werk.

Ook volgens de uitkomsten van de Intranet Monitor verschuift de nadruk van topdown informatie voorziening naar interactie, personalisatie én integratie met Web 2.0 en de bedrijfsprocessen. Want, wil je slimmer zijn dan je concurrenten, dan is optimaal gebruiken van lokale kennis (in hoofden van mensen of andere vestigingen) en gebruik maken van informele communicatiebronnen bijna een must. Weet u welke experts in huis zijn en welke kennis zij hebben? Of welke informatie ligt opgeslagen op al die harde schijven in het bedrijf?

Ook iets simpels als het digitalisering van formulieren is niet genoeg, stelt Robertson. Laat deze online invullen zodat ze digitaal verwerk kunnen worden. Dat scheelt tijd, mail en uren. Maar voordat u begint is het van belang eerst helder te krijgen hoe intranet bijdraagt aan de missie, visie en doelstellingen van uw bedrijf. Elke inspanning dient hieraan gekoppeld te zijn. Wat is de business case van uw intranet? En hoe centraal staat de gebruiker eigenlijk?

Web 2.0 toepassingen helpen van het intranet een waardevol platform te maken. Door informatie te bundelen, social bookmarking, expertprofielen, wiki’s en intelligente zoekmachines die ook een kijkje nemen in de informele kant van de organsiaties (blogs, communities en gebruikte tags). Maar het zal duidelijk zijn dat een goed functionerend intranet geen sinecure is. De inspanningen moeten de moeite waard zijn, voor uw bedrijf en de medewerkers. En hoewel de tweede generatie intranet daar een goede bijdrage aan kan leveren, blijkt het toch weer een vak apart die waarde te realiseren.


De 2.0 hype voor verandering, innovatie

overheid 2.0

Swaffelen is het woord van het jaar, maar 2.0 is absoluut het nummer van de bullshit bingo van vorig jaar. Eerst was er alleen web2.0 maar nu lijkt alles wel 2.0 geworden te zijn. Er is momenteel een ware 2.0 beweging gaande.

  • MKB2.0 –Een netwerk van ondernemers en managers die slimmer willen werken met web2.0 toepassingen. (Ning, LinkedIn)
  • Ambtenaar 2.0 – Een netwerk van mensen die een bijdrage willen leveren aan het verbeteren van de overheid met de mogelijkheden van web 2.0. Ambtenaar 2.0 biedt een open platform om meningen, ideeën en voorbeelden uit te wisselen (Ning, LinkedIn, Boek)
  • Onderwijs2.0 – Een netwerk van mensen een brug willen slaan tussen onderwijs en ICT (LinkedIn)
  • Adviseur 2.0 – Netwerk voor adviseurs die zich bezig houden met de gevolgen van Web2.0 voor het adviseursvak en voor de toegevoegde waarde als adviseur voor opdrachtgevers (LinkedIn)
  • Bibliotheek 2.0 – Een kennisnetwerk voor en door kenniswerkers binnen de bibliotheek wereld (Ning, LinkedIn)
  • Politie 2.0 – Deze community is opgezet om kennis te delen over de politie, intelligence en het complexe ICT dossier (Ning)

Allemaal stuk voor stuk goed bedoelde initiatieven waar het niet alleen om web2.0 gaat maar vooral om veranderen, innoveren en netwerken. Noemen we verandering, innovatie tegenwoordig dus 2.0? Ik weet nog goed dat de klapschaats werd geïntroduceerd. Een ware revolutie in de schaatssport. Had deze innovatie anno 2008 dan schaatsen2.0 geheten? Gaan deze trend in benaming zich doorzetten? Of komt er dadelijk van alles een 2.1, 3.0 of 4.2 versie?

Begin 2008 voorspelde Forrester dat de veranderingen door web 2.0 diep in organisaties zou gaan doordringen dat ze niet meer zonder zouden kunnen. Echter is het alleen maar gebleven bij vele losse flodders. Zo hebben ook bekende politici zich met web2.0 technieken op het internetplatform geprofileerd.

  • Barack Obama, de eerste president die zijn wekelijkse toespraak op Youtube gaat houden.
  • Maxime Verhagen twittert bij binnenlandse en buitenlandse bezoeken. De minister geeft via Twitter kort aan waar hij mee bezig is, wat hij gaat doen.
  • Minister Plasterk lanceerde Wikiwijs met als einddoel om al het lesmateriaal op deze manier aan te bieden, van basis tot en met hoger onderwijs, gebaseerd op het Wikipedia-principe van ‘wisdom of crowds’.

Nee, web 2.0 is dus niet meer weg te denken, maar wat ik mis is een visie achter de verschillende initiatieven. Het vertalen vanuit de missie, doelstellingen en strategie (MDS) van organisatie en kijken hoe web 2.0 kan worden ingezet om organisatie doelen te bereiken.

Het jaar 2008 was leuk om wat te experimenteren met alles wat 2.0 is maar gaat 2009 het jaar worden om 2.0 daadwerkelijk te landen? Neem dan gerust contact op als u veilig wilt landen. Want ook in 2009 geldt voor mij: “Can do! Met open vizier altijd zoekend naar oplossingen, niet over de muur gooien maar laten landen”

Marcel Kesselring
06 536 956 65


Overheid 2.0 werkconferentie groot succes

Overheid 2.0 werkconferentieVolgeboekt! Wie nog twijfelt aan de populariteit van Web 2.0 onder ambtenaren moet zijn mening rigoreus bijstellen. (meer…)


Generaties en het web

sociale netwerken

Als we naar het internetgebruik kijken van de verschillende generaties dan kun je constateren dat babyboomers (geboren tussen 1945 en 1955) die pas op latere leeftijd in contact zijn gekomen met internet en het internet dan ook voornamelijk gebruikt om te surfen en te zoeken naar informatie. Generatie X (geboren tussen 1960 en 1985) die als jonge volwassene de opkomst van het internet heeft meegemaakt, gebruikt het internet niet alleen om te surfen en het zoeken naar informatie maar ook als medium voor de sociale contacten te onderhouden. Zij zijn dus ook in grote getale aanwezig op bv. www.schoolbank.nl.
In het boek ‘Generatie Einstein’ geven Inez Groen en Jeroen Boschma aan dat deze generatie niet alleen maar achter de computer hangen maar dat deze generatie slimmer, sneller en socialer dan de generaties voor hen.
Professor Wim Veen (TU Delft) noemt deze generatie – opgegroeid met games en nieuwe media – ook wel Homo Zappiens, de Kennisreiziger. Ze opereren in netwerken en zijn sterren in multi-tasking. Een leven zonder internet zouden zij zich niet kunnen voorstellen.

Als we naar het internetgebruik kijken van de verschillende generaties dan kun je constateren dat babyboomers (geboren tussen 1945 en 1955) die pas op latere leeftijd in contact zijn gekomen met internet en het internet dan ook voornamelijk gebruikt om te surfen en te zoeken naar informatie. Generatie X (geboren tussen 1960 en 1985) die als jonge volwassene de opkomst van het internet heeft meegemaakt, gebruikt het internet niet alleen om te surfen en het zoeken naar informatie maar ook als medium voor de sociale contacten te onderhouden. Zij zijn dus ook in grote getale aanwezig op bv. www.schoolbank.nl.

In het boek ‘Generatie Einstein’ geven Inez Groen en Jeroen Boschma aan dat deze generatie niet alleen maar achter de computer hangen maar dat deze generatie slimmer, sneller en socialer dan de generaties voor hen.

Professor Wim Veen (TU Delft) noemt deze generatie – opgegroeid met games en nieuwe media – ook wel Homo Zappiens, de Kennisreiziger. Ze opereren in netwerken en zijn sterren in multi-tasking. Een leven zonder internet zouden zij zich niet kunnen voorstellen.

Homo Zappiens


Onderzoeksbureau Forrester bracht eind vorig jaar een onderzoeksrapport ‘Social Technographics’ uit met daarin een overzicht over het gebruik van social media in Europa gebaseerd op een onderzoek onder 13.254 Europeanen.

Via de zogenaamde Participation Ladder maakt men een onderverdeling in zes clusters van activiteiten.
  • Inactives – mensen die helemaal niet actief zijn op het gebied van social media
  • Spectators – mensen die blogs lezen, video’s bekijken en dus passief handelen
  • Joiners – mensen die al iets actiever worden en zich aansluiten bij networking sites als Hyves en LinkedIn
  • Collectors – de verzamelaars die veel aan te taggen zijn, veel RSS feeds hebben. Voor organisaties zijn deze mensen in het bijzonder interessant omdat zij kennis identificeren en kunnen ontsluiten ten behoeve van de gehele organisatie
  • Critics – mensen die reageren op anderen door reactie op blogs of ratings geven op bijvoorbeeld video’s. Het is niet verwonderlijk dat deze groep in Nederland groter is dan in andere europese landen.
  • Creators – mensen die blogs schrijven, webpagina’s bijhouden, foto’s of video’s toevoegen op bijvoorbeeld YouTube of Flickr.

In vergelijking tot Europa zit Nederland bovenin de ladder met relatief veel Critics en Creators. Volgens de Forrester stimuleert de hoge penetratie van breedband het actief participeren in social media en het publiceren van content. De Homo Zappiens zetten de trend en scoren hogen bij creators en critics maar de verwachting is dat de oudere generaties snel gaan volgen. De groei wordt verklaard door het feit dat de oudere generatie steeds meer tijd krijgt en het feit dat ze in hun werkleven gewend zijn om met computers om te gaan.


CMS 2008: Zit u op het goede spoor? En in de juiste trein?

Woensdag 21 mei vond in Nijmegen het Jaarcongres CMS 2008 plaats. Bijna alle grote CMS-leveranciers in de Nederlandse markt waren vertegenwoordigd op deze expositie. Dagvoorzitter Vincent Everts liet in een hoog tempo de laatste ontwikkelingen op internet zien.

Als rode draad door de hele dag was de vraag of de huidige CMS’en klaar zijn voor Web 2.0 toepassingen. De traditionele CMS systemen hebben grote moeite met het gewenste tempo van de huidige ontwikkelingen. Organisaties zien de mogelijkheden van web 2.0 wel, echter zij zitten vaak vast aan hun huidig CMS. De grote vraag is hoe komen zij uit deze spagaat met alle beperkingen. Vaak zitten zij vast aan contracten en kan er niet eenvoudig worden overgestapt. Maar naar wie moeten zij overstappen? De gehele CMS markt lijkt nog steeds op zoek naar de oplossing.

Ook de CMS leveranciers zitten in een spagaat. Open source ontwikkelingen zorgen voor een bedreiging voor de traditionele CMS bouwers. GX gaf in dit opzicht aan hoe ze hiermee om denken te gaan. Organisaties betalen een soort basis bedrag en ontwikkelaars kunnen het platform verder helpen ontwikkelen en hiervoor betalen organisaties dus niets. Klinkt als wij betalen de rails en jullie mogen de treintjes erop zetten.

De uitdaging voor de komende jaren is op welk station vinden de CMS leveranciers en organisaties elkaar of kiezen organisaties een ander spoor. En wie gaat dan de rails bouwen?

bron foto:  thms sommige rechten, middels creative commons, voorbehouden


De macht van de webconsument?

Ik ben nu ruim 20 jaar actief in ICT- en webomgevingen en zie een parallel in de manier waarop we grote partijen benaderen en wat dit vervolgens met hen doet.

De levensfase is wat mij betreft ruwweg als volgt:

Fase 1: Partij wordt groot, maar is cool.

In Nederland is Hyves hier een mooi voorbeeld van. Iedereen doet aan Hyves, maar het platform is functioneel niet zo spannend. Wel hebben ze iets van een kwajongensimago behouden en daarmee vindt iedereen dit nog een interessante startup. Partij zoekt dan altijd hoe ze imago kunnen behouden, maar positie commercieel kunnen uitbuiten.

Fase 2: Partij wordt wel erg dominant, oppassen op misbruik.

Google is hier mooi voorbeeld van. Begonnen als coole tegenhanger voor commerciële zoeksites, kwamen ze met kale pagina en prima algoritme. Iedereen ging het gebruiken en was onder de indruk van deze gesjeesde studenten die een prachtbedrijf opzetten. Nu naderen ze omslagpunt dat ze allerlei bedrijven en producten opkopen en we ze wel erg dominant vinden. Wat als ze alles dat ze van ons weten als een Big Brother gaan inzetten?

Fase 3: Partij is dominante monopolist waar we allemaal graag omheen willen.

Microsoft natuurlijk. Begonnen in schuurtje als tegenhanger van het arrogante IBM brachten ze de computer naar ons persoonlijk. Hartstikke leuk, we konden zelf aan de slag. DOS was matig besturingssysteem, maar we knutselden er zelf wel wat omheen. Charmant. Later werden ze wel erg machtig en lachten we in ons vuistje toen ze internethype misten. Nadat ze die hadden ingehaald, konden we er helemaal niet meer omheen. Alleen een groep Open Source adapten blijft hardnekkig deze marktstandaard vermijden, een collectieve vijand creëert veel energie voor andere oplossingen maar het blijft voorlopig marginaal.

Fase 4: Partij valt om en richt zich weer op.

IBM was ooit dé computerleverancier en is door Microsoft bijna volledig weggevaagd. In een paar jaar tijd was dit enorme bedrijf bijna failliet en heeft alleen door een strategische heroriëntatie naar meer consultancy overleefd en is weer gegroeid.

De moraal van mijn verhaal is dat imago allesbepalend is. Wij hebben als consument/gebruiker nog altijd de macht om enorme partijen te laten omvallen en kleine partijen groot te maken. Mijn voorspelling is dat Microsoft de komende 10 jaar ergens een ongelooflijke knauw gaat krijgen, omdat hun imago zo negatief is. En Hyves en Google zullen hun positieve imago moeten koesteren om hun levenscyclus op te rekken. Benieuwd hoe lang ze dit vasthouden en wie de nieuwe sterren aan het firmament worden?


Rijksweb Wiki-pilot bij Economische Zaken

Vandaag gaf ik een presentatie over het gebruik van Wiki als samenwerkingsplatform. Dit in het kader van een lunchsessie over de pilot die Rijksweb met 5 departementen doet rond het gebruik van wiki. Naast een uiteenzetting over de pilot zelf was het aan mij om iets te vertellen over social software, de plaats van wiki daarin, voorbeelden en cases, en over gedragspatronen die wel en niet werken.

De presentatie is te bekijken via Slideshare.


Who is the Dick on your site?

Graag jullie aandacht voor een geweldige presentatie. Niet alleen inhoudelijk, maar ook qua presentatietechniek. Dick Hardt heeft er zijn levenswerk van gemaakt om iedereen bewust te maken van online identiteiten. En dan met name het beheer er van. Bottom-line: je moet als individu eigenaar zijn en blijven van je eigen identiteit.

In zijn tour was hij afgelopen vrijdag ook aanwezig op de (door iedereen goedbeoordeeldeThe Next Web Conference 2007 in Amsterdam.

Grotere ondernemingen zijn al langere tijd bezig met Identity Management (IdM), zo ook ik bij Verkeer en Waterstaat. Echter, dat wordt over het algemeen zo complex aangepakt, dat het nog steeds niet staat. Bovendien spelen bij de invoering hiervan andere krachten een (te grote) rol. Is er eigenlijk wel een probleem?

Ja, die is er. Om te voorkomen dat ik nu een heel verhaal ga afsteken, kan ik het woord (en beeld) beter overgeven aan Dick Hardt zelf. Hij legt in zijn presentaties helder uit wat het probleem is, en in zijn ogen ook een oplossing. Uiteraard helemaal bij de tijd onder de verzamelnaam identity 2.0.

Laat ik trouwens helder zijn: Identity Management gaat verder dan identity 2.0. Echter, identity 2.0 neemt al een grote brok voor haar rekening.


Executive Updates voor internettoepassingen

Het format van een executive update is prima geschikt om in een kort tijdsbestek een groep bij te praten over de nieuwste internetontwikkelingen.

Dat kan om rondom een gericht thema iedereen weer ‘up to speed’ te brengen, of algemener zijn. In het laatste geval geeft het een groep een redelijk gelijk kennisniveau, dat als startpunt kan dienen voor een interne discussie.

Zo spreken we regelmatig als onderdeel van dergelijke executive updates over hoe on-line communities zich ontwikkelen en over 3D toepassingen zoals Second Life.

PCM Experience Evening II
In de pauze de nieuwe spelconsole Wii ervaren

Voor een groep politie-officieren, en voor een grote uitgeverij, deelden we voorbeelden, en was er een virtuele rondleiding door Second Life. Daarvoor maken we gebruik van een set ‘leen-avatars’ zodat het makkelijk is om een groep mensen meteen te laten inloggen. Geen gedoe met het aanmaken van accounts etc.

Zelf gebruik maken van de gedemonstreerde internettools, of dat nou Google Earth, een weblog-applicatie, twitter, wiki, of Second Life is, is toch cruciaal om over te brengen wat de mogelijkheden en beperkingen zijn.

Randstad Job Agency in SL
Op bezoek bij Randstad tijdens excursie in Second Life

Ook interesse in een executive update voor je eigen organisatie? Of een rondleiding in Second Life? Neem dan gerust even contact op met mij (Tom Verhoeve).


Kamerlid ontmoet burgers in Second Life

Real and  Virtual lunch with Member of ParliamentHet Tweede Kamerlid Han ten Broeke organiseert inloop-uurtjes in de eigen regio (Overijssel en met name ook Twente) onder de titel Broodje Tweede Kamer. Elke eerste maandag van de maand vindt dat plaats. Tijdens de bijeenkomst in april en mei, in Enschede, is het Kamerlid gelijktijdig ook in Second Life aan te spreken. Wij werkten mee aan de realisatie ervan.

3D-omgevingen zoals Second Life zijn erg nuttig als je er je bereik van een reeds plaatsvindende activiteit mee wilt vergroten. Mensen die niet in de gelegenheid zijn de activiteit persoonlijk bij te wonen, kunnen dat wellicht wel on-line en virtueel.

Real and  Virtual lunch with Member of Parliament
Kamerlid Han ten Broeke en zijn virtuele alter ego

En dat bleek wel weer deze maandag bij het Broodje Tweede Kamer. Nadat ik een avatar voor hem had aangemaakt, en de basisinstructies voor het gebruik van Second Life waren gegeven, kon het beginnen. Uiteindelijk waren er een gelijk aantal bezoekers in café Sam Sam in Enschede, als in Second Life, die het gesprek zochten met het Kamerlid. Naast journalisten die in het café langskwamen, was er ook een journalist die Han interviewde in Second Life. Op 7 mei wordt deze actie herhaald en vindt Broodje Tweede Kamer weer in Enschede en Second Life plaats.

Virtual lunch with Member of Parliament
Han ten Broeke (r) in gesprek met vier Enschedese burgers, in Second Life


MindMeister: delen van mindmaps

Op het web zie je geregeld nieuwe toepassingen verschijnen die het on-line samenwerken moet vergemakkelijken. Google doet dat natuurlijk al enige tijd met toepassingen voor tekstverwerking en rekenbladen (Google Documents), maar er is nu ook een manier om samen aan mindmaps te werken: MindMeister.

MindMeister mindmap example

Deze tool wordt gemaakt door een Duitse start-up (München om precies te zijn). Je kunt er bestaande mindmaps mee importeren vanuit  MindManager en  Freemind, beiden gangbare mindmapping tools. Vervolgens kun je collega’s en andere uitnodigen om gezamenlijk aan de mindmap te werken, ieder apart, of tegelijkertijd terwijl je bijv. telefonisch overleg pleegt.

MindMeister Sharing Dialogue
Een mindmap delen (klik voor grotere versie)

Op dit moment is het weer exporteren van een eerder geïmporteerde en bewerkte mindmap naar je eigen MindManager of Freemind nog niet mogelijk. Maar daar wordt aan gewerkt, zo laten de ontwikkelaars van MindMeister weten.

MindMeister Revision overview
Volledig versiebeheer (klik voor grotere versie)

De applicatie is nog in beta. Nieuwe gebruikers worden alleen op uitnodiging toegelaten, maar zowel Tom als ik hebben nog uitnodigingen over. Mocht je interesse hebben om ook eens MindMeister te proberen laat het dan even weten.


Second Life IV: kansen voor je organisatie

Dit is het laatste deel van onze miniserie artikelen over Second LIfe die we in het PP-weblog schrijven naar aanleiding van onze mederwerking aan een stuk in Elsevier over deze 3d virtuele wereld.

Nu we de hype en juist ook de punten waarop SL waardevol kan zijn hebben besproken, kijken we naar de mogelijkheden die Second LIfe voor je organisatie kan bieden.

PR bonus scoren
De hype uitmelken kan voorlopig nog even, nu de pers nog niet bezig is met een backlash. De tegengeluiden worden echter al wel hoorbaarder, dus de terugslag zit in de pijplijn. Zonder media-aandacht geen PR-bonus. Wie op de korte termijn wil scoren als first mover moet dus snel zijn. Let wel goed op of dat echt zin heeft, want zonder een goed plan voor structurele aanwezigheid na de eerste stappen heeft ook het innen van de PR bonus geen enkele blijvende waarde.

Death in SL
Uitvaart.com: uit op de PR bonus, maar ook nuttig?

Voor wie naar Second Life?
Alhoewel gestage groei gaande is, is Second Life nog bij lange na niet ‘druk’. Het is niet veel meer dan een middelgrote stad op dit moment, waarbij de bevolking bovendien nog eens is opgesplitst in vele nationaliteiten. Voor internationaal opererende bedrijven niet zo’n probleem, maar wel als de groep die je probeert te bereiken geen mondiaal publiek is.
De mensen die in SL actief zijn, zijn op wereldschaal wel relatief early adopters, en dat kan een interessant publiek zijn om te willen ontmoeten.


Crayon, marketingbureau met alleen een kantoor in SL
(photo CC Chapman)

Ook is het goed mogelijk dat je je eigen doelgroep meeneemt naar SL. Denk bijvoorbeeld aan het onderwijs. Mogelijk zijn enkele van je studenten al actief. Samen met de onderwijsinstelling kunnen zij dan de kwartiermakers zijn om zo bijv. inhoud aan te bieden buiten de gebruikelijke contacturen, en nieuwe contactmomenten te creëren, of virtual action learning vorm te geven.

Met welke activiteiten naar Second Life?
In de vorige posting is aangegeven welke activiteiten zin kunnen hebben in SL. De vraag is of die passen bij de eigen activiteiten. Denk niet aan het 1 op 1 over willen zetten van activiteiten die je al doet. Bij een nieuw kanaal horen ook nieuwe ideeën over producten en marketing. ABN Amro en Philips zijn niet in SL om hun normale producten daar te verkopen:

ABN Amro is er in eerste lijn voor het ontmoeten van een doelgroep die ze als werknemer binnen willen halen. Philips zoekt de directe interactie met potentiële klanten wereldwijd over het ontwerp van hun producten. Voor beiden is SL dus een ontmoetingsplaats, waarbij ABN Amro een ‘hip’ publiek zoekt, en Philips aanhaakt bij de wereldwijde trend dat mensen meer zelf invloed willen hebben op de producten die ze gebruiken (prosumers). Het eerder genoemde rapid prototyping valt ook in deze laatste categorie.

Voor de creatieve branche kan SL een nieuwe uitdrukkingsvorm zijn, als plek voor rapid prototyping, of het maken van macquettes. Of zelfs een nieuwe markt om gericht producten voor te maken. Er is nog veel ruimte voor creativiteit, waarbij asseccoires, avatar-vormen, en scripts voor het programmeren van beweging en handelingen bewezen potentie hebben. Bijkomend voordeel is dat de verkoop van producten na de eerste productie in feite geen tijd of energie meer kost. De verkoopprijzen zijn laag maar dat is ook een uitdrukking van het nog vaak magere creativiteitsniveau. Voor kwaliteit wordt ook in SL betaald.

Emerce
Emerce: congres zowel in de echte Van Nelle-fabriek als in de kopie in SL

Andersoortige ervaringen creëren tenslotte is ook een mogelijkheid. Daarbij zijn de proefritjes van Toyota natuurlijk geen vergelijk met een echte auto-rit. Maar het beleven van de betekenis van een visuele handicap, of de tijd die je hebt als een tsunami op je afkomt om weg te komen, zijn voorbeelden hoe een (weliswaar versimpelde) maar goed gekozen simulatie, rollenspellen of visualisatie je inlevingsvermogen en begrip kunnen vergroten. Daar bovenop kun je in SL ervaringen bouwen die in werkelijkheid niet kunnen omdat ze indruisen tegen natuurwetten.

Het lijstje van interessante dingen om te doen in SL uit de vorige posting kun je proberen te koppelen aan en vertalen naar de eigen activiteiten. Het is een nieuw kanaal waarvoor je tegelijkertijd een nieuwe mix aan inspanningen opzet die past bij de eigenschappen van dat kanaal.

BMW in SL
BMW Clean Energy: innovatieve waterstof techniek voorstellen aan ‘hip’ publiek

Met welke organisaties naar Second Life?
SL is nog een experimentele omgeving met een zeer divers en internationaal, maar technisch redelijk onderlegd, kritisch en speels aangelegd publiek. Als dergelijke eigenschappen passen bij de kernwaarden van de eigen organisatie, en tot uitdrukking komen in de brand van je organisatie of de merken van je producten, dan is SL een bewuste afweging waard.
Het is dan zaak om te kijken of met de mogelijkheden van SL een of meer doelstellingen van de organisatie ondersteund kunnen worden. Zoek vervolgens mensen die je wegwijs kunnen maken en (relaties hebben met) ontwikkelaars en anderen die doelgericht je presentie in SL kunnen helpen vormgeven.


Second Life III : de waarde

Als we proberen achter de hype te kijken waar zit dan de waarde van Second Life (SL)? In de onderdompeling en maakbaarheid, de unieke uitingsvormen die SL mogelijk maakt, de reële groei achter de hype en de te verwachten ontwikkelingen. Er zijn ook zaken die nog een rem zijn, of juist geen waarde kunnen vormen.

Onderdompeling en maakbaarheid: 3D is een blijvertje
Allereerst is SL de eerste 3D virtuele wereld die niet is bedoeld als spel en bovendien een aanzienlijk aantal gebruikers weet te trekken. Dat het geen spel is betekent dat de omgeving geen vaste vorm kent, en er geen uitgebreide set spelregels is. De gebruikers maken alles zelf, en kunnen de omgeving blijvend manipuleren. Van hun eigen verschijningsvorm tot elk huisje, boompje, beestje of ander object in Second Life. De interne economie is op die maakbaarheid gebaseerd. SL heeft dus veel meer het karakter van een platform

3D werelden in het algemeen bieden de mogelijkheid tot onderdompeling (‘immersion’) en dat is waardevol als het om attentie geven en betrokkenheid gaat. Niet alleen voor marketingdoeleinden maar ook bij ontmoetingen en groepsevenementen. Of Second Life nu uiteindelijk overleeft of niet, een maakbare 3D wereld zal vanaf nu tot de standaard mediamix gaan behoren die we op internet tot onze beschikking hebben.

Waardevolle gebruiksvormen
Momenteel ziet het merendeel van SL er precies zo uit als onze fysieke wereld. Interessante gebruiksvormen zijn echter die die gebruik maken van de unieke mogelijkheden van SL zelf. Dan komt het als zelfstandig medium tot zijn recht.

heartmurmurpp.jpg

Hartruissimulatie voor onderwijsdoeleinden

Voorbeelden daarvan zijn er al wel en liggen op het vlak van:

  • Simulaties en virtual action learning, zoals de Heart Murmur Sim (hartruis simulatie), of de tsunami-simulatie van NOAA.
  • Prototyping, zoals het snel ontwikkelen van voorbeelden voor 3D animatie, klanten kleur en opbouw van een product laten beoordelen (Philips) of samenstellen (Nike), of als architect opdrachtgevers door een 3D-gebouwontwerp loodsen via hun internetaansluiting thuis.
  • Visualisatie van complexe datastructuren voor derden (zoals de NOAA weerkaarten)
  • Nieuwe ervaringen, zoals 2nDisability dat het mogelijk maakt diverse handicaps echt te ervaren. (momenteel voor visuele en neurologische beperkingen), en rollenspellen in een bijpassende omgeving (bijv. om historische situaties na te spelen, of voor trainingsdoeleinden)
  • Onderdompeling in ontmoetingen. Ik merk dat ik bijv. andere avatars in de ogen kijk tijdens de communicatie, terwijl de ander dat helemaal niet kan zien. Maar het betekent wel dat ik minder afgeleid en betrokkener ben bij de uitwisseling. Meer dan in een teleconference of een chatroom bijv. Dat kan in sommige situaties een zeer wenselijk effect zijn zoals het SL-eiland dat gebruikt wordt door internationale zelfhulpgroepen van kankerpatienten, of om meer mensen te betrekken bij de  on-line versie van een conferentie.
  • De mogelijkheid dingen te bouwen die fysiek niet kunnen (als kunstuiting bijv. zoals de kunstfaculteit van Texas University doet)

NOAA live weather simulation

Live weergave van regenbuien boven de oostkust van de VS in SL

Positieve ontwikkelingen in SL
Achter de hype zit tastbare groei verborgen. Het aantal gebruikers dat op een willekeurig moment actief is, is in de laatste maanden verdubbeld. Ook de omzet aan transacties binnen SL (je kunt van elkaar objecten en land kopen) is sinds augustus verviervoudigd. Er is dus zeker gestage groei. (Kijk eens bij de Second Life statistieken)

CropperCapture[25].Jpg

SL bezoekers en omzet op 22-1 om 14:00

Door het vrijgeven van de software voor de client (het deel van SL op je PC of laptop) wordt het nu mogelijk voor derden om zelf een ‘Second Life browser’ te maken. Ik verwacht dan ook dat we op korte termijn lichtere software zullen zien (de huidige software eist snel te veel van je computer), die bovendien andere functionaliteit zal integreren zoals spraak,( via bijv. GoogleTalk of Skype), het eenvoudig publiceren van teksten en foto’s vanuit SL (naar bijv. websites, weblogs, en foto-deelsites als Flickr), en het importeren van ontwerpen uit grafische programma’s (zodat het bouwen van dingen in SL eenvoudiger wordt). Tegelijkertijd betekent het dat Linden Labs zelf meer tijd heeft om de serverkant van SL te verbeteren.

Waar zit de waarde (nog) niet?
SL heeft duidelijk te lijden onder de toestroom van mensen. De infrastructuur kraakt in zijn voegen. Grafisch is het allemaal te langzaam, en de clientsoftware die je nodig hebt op je PC of laptop stelt erg hoge systeemeisen. Je mag verwachten dat dat een tijdelijk probleem is.

Het heeft ook geen waarde om de ruimtelijke beperkingen die we met de webbrowser hebben overwonnen in SL opnieuw te introduceren. Een boekwinkel van Amazon in SL is nutteloos: Amazon is succesvol vanwege de honderdduizenden titels die je wel via een website kunt verkopen maar nooit in een winkel op de plank kunt hebben. Een boekenplank nabouwen in SL schept alleen maar beperkingen. Hyperlinking (zonder tijdsverlies ergens anders heen gaan die verwevenheid en bladeren eenvoudig maakt) is ook zo’n eigenschap van de browser die je in 3D weer snel verliest.

Tot slot is de groep gebruikers op dit moment nog lang niet zo uitgebreid en mainstream dat je er iedereen kunt bereiken of vinden.
De binnenkomst in SL gaat nog met veel verwarring gepaard, en het duurt nog te lang voor mensen zich makkelijk door SL kunnen bewegen. Dat leerpad is bij lange na nog niet intuitief genoeg om echt grote groepen mensen te binden. Deel gaan uitmaken van SL is wat dat betreft nog te veel een cultuurschok.

Er is dus genoeg reden om eens nader te kijken naar de rol die Second Life kan spelen. In de volgende posting gaan we nog wat verder in op de kansen die SL voor je organisatie kan bieden.


Second Life II : de hype

Second Life staat in de warme belangstelling. Deze week verscheen een artikel in Elsevier waaraan wij meewerkten. Daarom ook in het Proven Partners Weblog enkele artikelen over Second Life. Dit is het tweede deel: de hype.

Begin vorig jaar waren er honderdduizend geregistreerde accounts in Second Life, nu een jaar later staat de teller op 2,8 miljoen. Het geeft iets weer van de hype die is ontstaan, en waarom de aandacht van media (zie dit grafiekje) en bedrijven (waaronder Philips, ABN AMRO en Endemol) zo enorm is.

Niet dat al die geregistreerde accounts staan voor regelmatige gebruikers, daarvan zijn er ergens tussen de 200.000 en 400.000 zo luiden de schattingen. En dat betekent dat er wellicht op dit moment eigenlijk nog niet zo heel veel te ‘halen’ is. Of toch?

De eerste geluiden dat Second Life al weer over zijn hoogtepunt heen is waren in de afgelopen weken her en der te vernemen zoals in de commentaarsectie op Marketingfacts, met name na de terechte kritische analyse van de door de media verspreidde (en door Second Life niet bestreden) cijfers door Clay Shirky op Valleywag. De tegenreacties zijn denk ik niet meer of minder dan de gebruikelijke terugslag op overdreven enthousiasme.

bbslpp.jpg

Big Brother in Second Life: uitmelken van de hype?

Is Second Life meer dan hype?
Ongetwijfeld. De bedrijven die zich er nu vestigen doen dat niet voor niets. De mensen die nu hun inkomen deels verdienen in Second Life getuigen ook van de potentie (zoals eerder deze week in de Volkskrant). De waarde van de transacties tussen Second Life bewoners onderling zag ik sinds augustus van ongeveer 300.000US$ per etmaal stijgen naar zo’n 1,2 miljoen nu. En de honderdduizenden die zich vermaken in deze virtuele omgeving halen er kennelijk een hoop plezier uit.

Driedimensionale weergave vormt met de bijbehorende onderdompeling in een omgeving (‘immersion’) een belangrijke toevoeging aan het arsenaal media dat ons via internet ter beschikking staat. Bij Proven Partners hebben we ons dat al langere tijd gerealiseerd. Zo experimenteerde ikzelf regelmatig met Digitalspace Traveler (screenshot), dat al sinds 1996 beschikbaar is, en nooit meer dan enige honderdtallen gebruikers heeft gekend. Het wordt gebruikt voor gewone gesprekken, maar ook voor taalonderwijs en muziekconcerten. Door gebrekkige technieken, de benodigde bandbreedte, en het vaak nog experimentele karakter van de 3D omgevingen was de toegevoegde waarde voor het grote publiek nog beperkt. Nu bandbreedte minder een probleem is voor grote groepen internetgebruikers lijkt dat een kentering te veroorzaken.

PR bonus
Dat bedrijven zich nu hals over kop in Second Life lijken te storten wordt denk ik dan ook deels gevoed door de wens niet weer (zoals met het web midden jaren negentig) aan de late kant te ontdekken welke nieuwe kansen nieuwe media bieden.

De eerste winst daarbij is de huidige PR bonus voor ‘first movers’ of hen die dat lijken te zijn. Saillant detail is bijvoorbeeld dat ING al maanden aan het experimenteren was met Second Life, en ABN Amro er vervolgens met de PR bonus vandoor ging als de ‘eerste’ grote bank in Second Life.

abnppsl.jpg

ABN Amro in Second Life: PR bonus als first mover, maar ook grote plannen, getuige de aanschaf van niet 1 maar  24 eilanden.


Second Life

Het is er al sinds 2003, maar sinds de zomer is de media aandacht in Nederland en daarbuiten ineens enorm: Second Life van het bedrijf Linden Labs. Geen on-line 3D spel zoals World of Warcraft (8 miljoen betalende spelers!), maar een 3D virtuele omgeving waarin de ‘bewoners’ de hele omgeving naar eigen inzicht kunnen vormgeven.

In december werkten Tom en ik mee aan de totstandkoming van een artikel over Second Life voor Elsevier dat deze week is verschenen. Tijd dus om ook onze eigen kijk iets uitgebreider uit de doeken te doen. We doen dat in de komende drie weblogartikelen. Daarin gaan we in op de hype, de waarde, en het mogelijk nut voor je eigen organisatie van Second Life.

pplogoslblog.jpg
Tom werkt aan een Proven Partners logo in Second Life, terwijl ik toekijk

ppabn.jpg

Vier Proven Partners bekijken de locatie van ABN Amro in Second Life